KvKas: Feb 26

Tekst tekst tekst Tekst tekst tekstTekst tekst tekstTekst tekst tekstTekst tekst tekstTekst tekst tekstTekst tekst tekstTekst tekst tekst

01. Hannah Cohen - Una Spiaggia (2025)
02. Pearl Charles - Step Too Far (2026)
03. Sault - Create Your Prophecy (2026)
04. Tortoise - A Title Comes (2025)
05. Cocteau Twins - Aloysius (1984)
06. Bee Gees - Every Christian Lion Hearted Man Will Show You (1967)
07. The Millennium - The Island (1968)
08. Can - Future Days (1973)
09. Group Listening - What’s A Girl To Do (2019)
10. Steve Gunn - Hadrian’s Wall (2025)
11. Annahstasia - Waiting (2025)
12. Horsebath - Another Farewell (2025)

Spotify-luisteraars beluisteren de lijst hier.
Maak je gebruik van een ander medium, dan mag je het eigenhandig bij elkaar sprokkelen.

De Keuze van Kas is mijn maandelijkse playlist, met daarin recente muzikale vondsten, maar ook vertrouwde favorieten of (her)ontdekkingen uit een verleden. De ene keer komen die samen in een coherente flow, de andere keer vliegt het lekker vele kanten op. En o ja, het moeten elke keer twaalf nummers zijn, niet meer en niet minder. Omdat het universum al chaotisch genoeg is.
Check mijn voorgaande Keuzes
hier.

KvKas: Zomaar Bowie

Gisteren was David Bowie tien jaar overleden. Nou wil ik graag geloven dat dat soort zaken - data en dergelijke - niks voor mij betekent. Ik was van plan er vooral niet bij stil te staan en lekker naar andere muziek te luisteren. Kinderachtig eigenlijk wel, want ik verkeerde de laatste weken toch al in een Bowie-fase. Misschien dat ik er onbewust dan toch mee bezig was… Aan de andere kant: zo toevallig is het ook weer niet. Een paar keer per jaar heb ik wel zo’n fase, zoals ik dat ook wel heb met een Dylan, Waits of Cave. Koortsachtig dompel ik me dan onder in die oeuvres die ik dacht te kunnen dromen, maar waar ik toch altijd weer nieuwe schatten in blijf ontdekken en waarvan de vertrouwde schatten tot me blijven spreken.

Al wilde ik gisteren dus niet met Bowie bezig zijn, bleef ik toch aan hem denken. Hoe ik het nieuws dat hij dood was op mijn telefoon las, terwijl ik met m’n toen vierjarige dochter in een streekbus zat op weg naar mijn ouders. ‘Kunnen we dan nooit meer naar z’n liedjes luisteren?’ reageerde ze geschokt.

In de weken ervoor was ik twee keer naar de Bowie-tentoonstelling in het Groninger Museum geweest en Blackstar (dat nog maar twee dagen uit was, maar waarvan ik de singles volledig had grijsgedraaid) bestempelde ik op het eerste gehoor tot het niveau van zijn klassiekers, zonder te weten dat dit zijn zwanenzang zou blijken. Omdat het sindsdien niet meer anders te horen valt dan als definitief laatste statement, heb ik in de afgelopen tien jaar nauwelijks naar ‘nieuwe’ Bowie-klanken verlangd. In die zin heb ik hem nauwelijks gemist. Door zijn platen te draaien (en zo nu en dan zo’n altijd heerlijk interview op youtube te kijken) blijft hij in leven voor mij.

Al blijft het wel steken dat ik hem nooit live heb mogen meemaken. Eén keer zag ik hem bijna. Dat was op Rock Werchter in 2004. Op weg daarheen las ik dat hij had moeten afzeggen. Het was evengoed een fantastisch festival, met onder meer de Pixies en The Cure. Ik was ervan overtuigd dat ik Bowie nog wel een andere keer zou zien. Hij had een paar dagen eerder tijdens een concert in Oslo een lolly in zijn oog gekregen. Een merkwaardig voorval, dat een voorbode zou blijken voor de hartaanval die hij later die tour kreeg. Niet lang daarna zou hij zich volledig terugtrekken uit de publieke sfeer, om pas in 2013 de wereld met nieuwe klanken te verrassen. Maar optreden deed hij niet meer.

Sinds zijn dood is er een sfeer van heiligheid om Bowie gaan hangen die ik volledig begrijp, maar die me toch tegenstaat. Zoals met de documentaire Moonage Daydream die een paar jaar geleden uitkwam. Ik las de meest jubelende kritieken hierover, maar ik vond het een doodvermoeiend gedrocht. De poging om alle kanten van de popkameleon samen te brengen in één groots audiovisueel narratief vond ik bovendien de plank misslaan. Bowie laat zich niet grijpen en lang niet alles wat hij maakte was van een overdonderende betekenis. Als ik in zo’n genoemde Bowie-fase verkeer draai ik ook graag zijn middelmatigere platen, niet alleen omdat zelfs daarop nog altijd wel wat moois te ontdekken valt, maar bovendien laten ze horen dat hij een mens was die vaak genoeg ook maar wat aanrotzooide. Juist dat geeft mij een warm gevoel.

De neiging om Bowie te ‘vangen’ snap ik evengoed maar al te best. Bij zijn overlijden schreef ik een I.M. op hard//hoofd en maakte daar een playlist bij van maar liefst (naar de leeftijd die hij bereikt had) 69 songs. Nu vind ik zo’n semi-uitputtende lijst een artiest eigenlijk tekort doen, alles van waarde (en zéker aandacht) slaat dood in overvloed. De geniaalste Bowie-platen zijn z’n kortste.

Vandaag - nu ik me er eenmaal bij heb neergelegd dat Bowie toch wel mijn hoofd beheerst - maakte ik een nieuwe playlist, maar dan vanuit een totaal andere benadering. Deze twaalf nummers behoren zeker niet tot mijn favorieten. Sommige komen van albums waar veel betere nummers op staan. En sommige van mijn favoriete albums (het eerdergenoemde Blackstar, maar ook bijvoorbeeld Hunky Dory en Station To Station) heb ik zelfs doodleuk genegeerd. Dit hadden net zo goed twaalf andere nummers kunnen zijn, maar het zijn de twaalf die ik vandaag gekozen heb. Omdat Bowie toch nooit te vangen valt, leek het me gepast dat nou eens helemaal niet te proberen en hem te eren met ‘zomaar’ een dozijn puike songs die alleen hij had kunnen maken. Lang leve Bowie!

———————-

Spotify-luisteraars beluisteren de lijst hier.
Maak je gebruik van een ander medium, dan mag je het eigenhandig bij elkaar sprokkelen op basis van onderstaande tracklist.

01. There Is A Happy Land (1967)
02. Conversation Piece (1969)
03. After All (1970)
04. Velvet Goldmine (1972)
05. Time (1973)
06. Win (1975)
07. Always Crashing In The Same Car (1977)
08. Because You’re Young (1980)
09. I Have Not Been To Oxford Town (1995)
10. I Would Be Your Slave (2002)
11. Love Is Lost [Hello Steve Reich Mix by James Murphy] (2013)
12. No Plan (2017)

KvKas: Nov 25

De Keuze van Kas is mijn maandelijkse playlist, met daarin recente muzikale vondsten, maar ook vertrouwde favorieten of (her)ontdekkingen uit een verleden. De ene keer komen die samen in een coherente flow, de andere keer vliegt het lekker vele kanten op. En o ja, het moeten elke keer twaalf nummers zijn, niet meer en niet minder. Omdat het universum al chaotisch genoeg is.

———————-


En wat heeft De Keuze van Kas deze maand zoal in de aanbieding? Nou, lieve luistervriendjes, wie ditmaal zéker niet mocht ontbreken is de band waar het voor mij allemaal mee begon: het gezelschap dat mij op mijn dertiende deed transformeren tot de popobsessieveling die ik wel altijd zal blijven, te weten… Radiohead. Om te vieren dat zij vanavond voor het eerst in zeven lange jaren weer op een podium staan (in Madrid om precies te zijn), gaf ik mijzelf de onmogelijke opgave om uit dat Heilige Oeuvre een liedje te kiezen. Het werd een ondergeschoven kindje; op een onlangs uit oude live-opnamen gereconstrueerde versie van hun schizofrene meesterwerk Hail To The Thief besloot de band deze juweel over te slaan. Maar ach, wat weten zij er ook van?

Helaas zal ik Radiohead op deze mini-tour moeten missen, gelukkig heb ik ze behoorlijk vaak gezien. Maar de laatste twee keren dat ik Mr. Greenwood en Mr. Yorke samen op een podium zag was dat met een andere band: The Smile. Het hart van die band, jazzdrummer Tom Skinner, bracht onlangs een soloplaat uit waar ik maar niet op uitgeluisterd raak. Ook daarvan dus een nummer.

Dan hebben we nog….
Indie-iconen The Sundays.
De opzwepende horrorklanken van John Maus.
Een eerbetoon aan het veel te jong overleden arrenbie-genie D’Angelo.
Een wonderschone outtake van His Bobness, die vandaag en morgen op Hollandsche bodem staat (nee, ben ik ook niet bij), en wiens archieven maar nooit uitgeput raken.
En nóg een legende met onuitputtelijke archieven, nee niet Neil, die andere. The Boss dus, die laat horen hoe zijn meest kapotgedraaide song geklonken zou hebben als het twee jaar eerder was uitgebracht op het desolate Nebraska.
Wilco-frontman Jeff Tweedy, die een in alle soberheid geen moment vervelende driedubbelaar uitbracht, mag vanwege deze prestatie hier het troostwiegende slotakkoord verzorgen.

Dit allemaal, en nog veel meer moois. Omdat uw oren het waard zijn.

———————-

Spotify-luisteraars beluisteren de lijst hier.
Maak je gebruik van een ander medium, dan mag je het eigenhandig bij elkaar sprokkelen op basis van onderstaande tracklist.


01. Roy Haynes Quartet - Some Other Spring (1962)
02. Tom Skinner - Kaleidoscopic Visions (2025)
03. D’Angelo & The Vanguard - Sugah Daddy (2014)
04. Radiohead - A Punch Up At A Wedding (2003)
05. Deradoorian - Any Other World (2025)
06. John Maus - Because We Built It (2025)
07. The Sundays - Can’t Be Sure (1989)
08. The Innocence Mission - Today (2001)
09. Raoul Vignal - Red Fresco (2021)
10. Bruce Springsteen - Born In The U.S.A [Demo Version] (rec.: 1982, rel.: 1998)
11. Bob Dylan - Rocks And Gravel (Solid Road) (rec.: 1962, rel.: 2025)
12. Jeff Tweedy - Feel Free (2025)

KvKas: Sep 25

De Keuze van Kas is mijn maandelijkse playlist, met daarin recente muzikale vondsten, maar ook vertrouwde favorieten of (her)ontdekkingen uit een verleden. De ene keer komen die samen in een coherente flow, de andere keer vliegt het lekker vele kanten op. En o ja, het moeten elke keer twaalf nummers zijn, niet meer en niet minder. Omdat het universum al chaotisch genoeg is.

———————-


Op deze eerste septemberochtend is hier mijn Keuze van september. Mijn geliefde vindt dit (en ook de vorige trouwens) wel een ‘extraverte mix’ voor mijn doen, zelfs mijn naasten verkeren dus in de veronderstelling dat ik het liefst bij kaarslicht wegzwijmel bij miezerige fluisterfolk. Toegegeven, dat doe ik ook graag en ik schaam me daar geenszins voor. Maar al dat gefluister moet vooral niet te lang voortduren, want dan raak ik daar toch wel kriegelig van. Enige gedoseerde opzwependheid weet me doorgaans wel op de been te brengen, zolang er maar een zweem van weemoed in door blijft klinken, of anders toch wel een ongrijpbare gekte. Desnoods grijpbare gekte. Maar op deze lijst is ook de nodige sereniteit te vinden, afgewisseld met gezonde spanning, alsmede enige onversneden zwoelte. Eigenlijk word je vierenvijftig minuten lang alle kanten op geslingerd en toch luistert het weg als een volstrekt logisch koortsdroompje. Dat was tenminste waar ik voor ging bij het maken van deze lijst, en wat volgens mij best aardig is gelukt. Mijn geliefde heeft inmiddels besloten mij voortaan te bestempelen als ‘extravagante introvert’, daar kan ik geloof ik wel mee leven.

———————-

Spotify-luisteraars beluisteren de lijst hier.
Maak je gebruik van een ander medium, dan mag je het eigenhandig bij elkaar sprokkelen op basis van onderstaande tracklist.


01. Sven Wunder - Steller Plates (2023)
02. Andy Bell - Pinball Warrior (2025)
03. Dummy - Nine Clean Nails (2024)
04. Magdalena Bay - Image (2024)
05. The Flaming Lips - There Should Be Unicorns (2017)
06. Nabihah Iqbal - This World Couldn’t See Us (2023)
07. Charli XCX - Sorry If I Hurt You (2022)
08. Little Simz [ft. Lydia Kitto] - Lotus (2025)
09. Juan Wauters - Mutación (2025)
10. Fela Kuti - Mr. Follow Follow (1976)
11. Blancmange - Living On The Ceiling (1982)
12. Orchestral Manoeuvres In The Dark - Souvenir (1981)

KvKas: Aug 25

Tussen februari 2010 en december 2011 - zeg maar gerust een eeuwigheidje geleden - was mijn stem elke donderdagmiddag te horen op AmsterdamFM. In de rubriek De Keuze van Kas besprak ik wekelijks een pas uitgekomen album. Onder diezelfde titel deel ik tegenwoordig elke maand een playlist, met daarin recente muzikale vondsten, maar ook vertrouwde favorieten of (her)ontdekkingen uit een verleden. De ene keer komen die samen in een coherente flow, de andere keer vliegt het lekker vele kanten op. En o ja, het moeten elke keer twaalf nummers zijn, niet meer en niet minder. Omdat het universum al chaotisch genoeg is.

———————-


Op deze laatste augustusavond is hier mijn Keuze van augustus. Deels samengesteld op vakantie, of om preciezer te zijn: op vakantie in treinen langs de Franse westkust. Dat ging soms moeizaam, omdat het internet dan ver te zoeken was.
‘Heb jij daar geen last van?’ informeerde ik bij mijn veertienjarige reisgenote.
Ze luisterde soms muziek, maar keek vaker complete films op haar telefoontje. Daar had ik meermaals mijn afschuw over uitgesproken. Op vakantie in de trein hóór je geen films te kijken, je hoort muziek te luisteren en uit het raam te kijken.
‘Ik kijk heus af en toe uit het raam hoor,’ had ze minzaam gereageerd.
Als compromis stelde ik voor dat het dan echt alleen hele slechte films mochten zijn. Want bij goede films zou elke keer dat ze uit het raam keek toch doodzonde zijn, om over de esthetische beleving van het beeldformaat nog maar te zwijgen.
A haalde haar schouders op. Het bleken films en ook series te zijn die ze al honderdduizend keer gezien had, niet per se cinematografische meesterwerken. Dat zou een opluchting moeten zijn. En ze had geen last van internet, want ze had al die films en series, en ook muziek, van tevoren ‘gedownload’. Ik wist niet dat dat woord nog gebruikt werd.
'Had jij ook moeten doen,’ smaalde ze, na mijn zoveelste gevloek dat, hoe binnenmonds ook, haar door haar oortjes heen wist te bereiken.
Als ik nou een rijbewijs had gehad, dan hadden we nu samen muziek kunnen luisteren, kilometers lang.

Een belangrijk onderdeel van de vakantievoorpret was ooit het samenstellen van de muzikale selectie. Er paste één cd-mapje in de bagage en in zo’n mapje konden 16 cd’s. Je moest dan lang nadenken welke albums uitverkoren werden. Met elke mogelijke stemming diende rekening gehouden te worden. Later, met de mp3-speler, kon er wat meer muziek mee (maar hoeveel, dat was afhankelijk van het type dat je had). Ach, wat heerlijk was het om voor jezelf zo’n muzikaal menu samen te moeten stellen, hoe bevrijdend die beperkingen. Zulks nostalgisch gezever schoot door mijn hoofd, toen ik op onze hotelkamer met WiFi die meer was dan een belofte, mijn dochters wijze raad volgde en ook muziek op mijn streamingservice ‘downloadde’. Maar aangezien de digitale ruimte eindeloos leek, was ‘t toch niet helemaal hetzelfde als in die ‘goeie ouwe tijd’.

Ook zonder rijbewijs luisteren A en ik wel regelmatig samen naar muziek. Zij komt de laatste tijd aanzetten met artiesten die ik dan al blijk te kennen, van wie ik platen in de kast heb staan of die ik live heb gezien. Mac DeMarco bijvoorbeeld, of Tyler, The Creator, of Beach House. Heel even ben ik dan de coolste vader ter wereld, soms zelfs meer dan een minuut. Daar kan ik dan weer een tijdje op teren.

Er is ook muziek die echt van ons samen is. Tame Impala bijvoorbeeld. Die bleek zowaar een nieuw nummer uit te brengen tijdens onze vakantie. Op de hotelkamer van onze favoriete badplaats (waar ik ooit eerder over scheef, en waar we nu voor de vierde keer waren), sloot ik mijn telefoon aan op ons JBL-speakertje. We lagen naast elkaar op het brede bed met zand tussen onze tenen en ik hield mijn telefoon omhoog zodat we de bijbehorende videoclip konden zien. Gelukkig geen cinematografisch meesterwerkje.
‘Wel een banger’, concludeerde A toen het weemoedige techno-epos tot stilstand kwam. Daarna vertrok zij naar de badkamer om zich op te maken.
Ik bleef op bed liggen en las de comments op YouTube. Het merendeel was minder lovend dan mijn dochter. Men vroeg zich af waar de gitaren gebleven waren. Merkwaardig, want die hadden ruim tien jaar geleden het Tame Impala-universum toch al goeddeels verlaten. Avontuurlijke artiesten met conservatieve fans, het blijft een intrigerende combinatie. Maar misschien zijn mijn dochter en ik ook wel extreem ruimdenkend, dat wil ik natuurlijk niet uitsluiten. Net, een dikke maand later, keek ik nog eens onder die video en nu blijkt iedereen te horen wat wij metéén hoorden: een banger dus.
Zo merkt ene @settledsea op: ‘I need to hear this song at least once a month if not more to survive the rest of my life’. Dat lijkt me dan weer ietwat overdreven, mag ik hopen tenminste.

In de trein op weg naar ons volgende hotel, kwam ik erachter dat ‘opslaan’ iets anders is dan ‘downloaden’. Alle albums die ik zo secuur voor mezelf had geselecteerd waren alsnog onbeluisterbaar. Wel vond ik in de krochten van mijn telefoon een compilatie met Ghanese seventies funk. Al zei het me niks, ooit moest dit mij toch de moeite waard hebben geleken. Het bleek de perfecte soundtrack om de rest van deze vakantie bij uit het raam te turen. Sommige zaken zijn ook niet van tevoren te bedenken.

———————-

Spotify-luisteraars beluisteren de lijst hier.
Maak je gebruik van een ander medium, dan mag je het eigenhandig bij elkaar sprokkelen op basis van onderstaande tracklist.


01. Beach House - Wildflower (2015)
02. Vashti Bunyan - Train Song (1966)
03. The Free Design - Bubbles (1970)
04. The Ogyatanaa Show Band - Ageisheka (1975)
05. Tame Impala - End Of Summer (2025)
06. Pond - America’s Cup (2021)
07. Tyler, The Creator - Ring Ring Ring (2025)
08. Clipse [ft. Kendrick Lamar] - Chains & Whips (2025)
09. Gorillaz - Double Bass (2001)
10. Electrelane - The Valleys (2004)
11. Mac DeMarco - Holy (2025)
12. Kurt Vile - Wildflower (2025)