KvKas: Zomaar Bowie

Gisteren was David Bowie tien jaar overleden. Nou wil ik graag geloven dat dat soort zaken - data en dergelijke - niks voor mij betekent. Ik was van plan er vooral niet bij stil te staan en lekker naar andere muziek te luisteren. Kinderachtig eigenlijk wel, want ik verkeerde de laatste weken toch al in een Bowie-fase. Misschien dat ik er onbewust dan toch mee bezig was… Aan de andere kant: zo toevallig is het ook weer niet. Een paar keer per jaar heb ik wel zo’n fase, zoals ik dat ook wel heb met een Dylan, Waits of Cave. Koortsachtig dompel ik me dan onder in die oeuvres die ik dacht te kunnen dromen, maar waar ik toch altijd weer nieuwe schatten in blijf ontdekken en waarvan de vertrouwde schatten tot me blijven spreken.

Al wilde ik gisteren dus niet met Bowie bezig zijn, bleef ik toch aan hem denken. Hoe ik het nieuws dat hij dood was op mijn telefoon las, terwijl ik met m’n toen vierjarige dochter in een streekbus zat op weg naar mijn ouders. ‘Kunnen we dan nooit meer naar z’n liedjes luisteren?’ reageerde ze geschokt.

In de weken ervoor was ik twee keer naar de Bowie-tentoonstelling in het Groninger Museum geweest en Blackstar (dat nog maar twee dagen uit was, maar waarvan ik de singles volledig had grijsgedraaid) bestempelde ik op het eerste gehoor tot het niveau van zijn klassiekers, zonder te weten dat dit zijn zwanenzang zou blijken. Omdat het sindsdien niet meer anders te horen valt dan als definitief laatste statement, heb ik in de afgelopen tien jaar nauwelijks naar ‘nieuwe’ Bowie-klanken verlangd. In die zin heb ik hem nauwelijks gemist. Door zijn platen te draaien (en zo nu en dan zo’n altijd heerlijk interview op youtube te kijken) blijft hij in leven voor mij.

Al blijft het wel steken dat ik hem nooit live heb mogen meemaken. Eén keer zag ik hem bijna. Dat was op Rock Werchter in 2004. Op weg daarheen las ik dat hij had moeten afzeggen. Het was evengoed een fantastisch festival, met onder meer de Pixies en The Cure. Ik was ervan overtuigd dat ik Bowie nog wel een andere keer zou zien. Hij had een paar dagen eerder tijdens een concert in Oslo een lolly in zijn oog gekregen. Een merkwaardig voorval, dat een voorbode zou blijken voor de hartaanval die hij later die tour kreeg. Niet lang daarna zou hij zich volledig terugtrekken uit de publieke sfeer, om pas in 2013 de wereld met nieuwe klanken te verrassen. Maar optreden deed hij niet meer.

Sinds zijn dood is er een sfeer van heiligheid om Bowie gaan hangen die ik volledig begrijp, maar die me toch tegenstaat. Zoals met de documentaire Moonage Daydream die een paar jaar geleden uitkwam. Ik las de meest jubelende kritieken hierover, maar ik vond het een doodvermoeiend gedrocht. De poging om alle kanten van de popkameleon samen te brengen in één groots audiovisueel narratief vond ik bovendien de plank misslaan. Bowie laat zich niet grijpen en lang niet alles wat hij maakte was van een overdonderende betekenis. Als ik in zo’n genoemde Bowie-fase verkeer draai ik ook graag zijn middelmatigere platen, niet alleen omdat zelfs daarop nog altijd wel wat moois te ontdekken valt, maar bovendien laten ze horen dat hij een mens was die vaak genoeg ook maar wat aanrotzooide. Juist dat geeft mij een warm gevoel.

De neiging om Bowie te ‘vangen’ snap ik evengoed maar al te best. Bij zijn overlijden schreef ik een I.M. op hard//hoofd en maakte daar een playlist bij van maar liefst (naar de leeftijd die hij bereikt had) 69 songs. Nu vind ik zo’n semi-uitputtende lijst een artiest eigenlijk tekort doen, alles van waarde (en zéker aandacht) slaat dood in overvloed. De geniaalste Bowie-platen zijn z’n kortste.

Vandaag - nu ik me er eenmaal bij heb neergelegd dat Bowie toch wel mijn hoofd beheerst - maakte ik een nieuwe playlist, maar dan vanuit een totaal andere benadering. Deze twaalf nummers behoren zeker niet tot mijn favorieten. Sommige komen van albums waar veel betere nummers op staan. En sommige van mijn favoriete albums (het eerdergenoemde Blackstar, maar ook bijvoorbeeld Hunky Dory en Station To Station) heb ik zelfs doodleuk genegeerd. Dit hadden net zo goed twaalf andere nummers kunnen zijn, maar het zijn de twaalf die ik vandaag gekozen heb. Omdat Bowie toch nooit te vangen valt, leek het me gepast dat nou eens helemaal niet te proberen en hem te eren met ‘zomaar’ een dozijn puike songs die alleen hij had kunnen maken. Lang leve Bowie!

———————-

Spotify-luisteraars beluisteren de lijst hier.
Maak je gebruik van een ander medium, dan mag je het eigenhandig bij elkaar sprokkelen op basis van onderstaande tracklist.

01. There Is A Happy Land (1967)
02. Conversation Piece (1969)
03. After All (1970)
04. Velvet Goldmine (1972)
05. Time (1973)
06. Win (1975)
07. Always Crashing In The Same Car (1977)
08. Because You’re Young (1980)
09. I Have Not Been To Oxford Town (1995)
10. I Would Be Your Slave (2002)
11. Love Is Lost [Hello Steve Reich Mix by James Murphy] (2013)
12. No Plan (2017)