Honeymoonherkansing

De ober vraagt hoe ik mijn biefstukje wil. Ik denk even na en zeg dan in mijn beste Frans: ‘doe maar lekker doorbakken.’ Mijn dochter kijkt me aan met grote ogen. Ze mag dan grotendeels vegetarisch zijn opgevoed, vlees kan haar niet bloederig genoeg zijn. Iedereen die daar anders over denkt is volgens haar een ‘psycho’, een kwalificatie die ze de laatste tijd voor van alles en nog wat van stal haalt.
‘Je kunt niet voorzichtig genoeg zijn,’ leg ik haar uit. Normaal ga ik voor medium, maar we zijn nu op vakantie. Op vakantie in Frankrijk, net als de voorgaande jaren een weekje met z’n tweeën. Dat deden we al voordat ik haar bonusmoeder leerde kennen, die steeds gestimuleerd heeft dat we dat blijven doen.
‘Heel goed voor jullie vader-dochter-band,’ stelde zij dan.
Net als vorig jaar reist ze ons achterna, brengen we een paar dagen met z’n drieën door, mag A vervolgens alleen met de trein (wat iedereen best spannend vindt, maar waar zij uiterst nonchalant over doet) naar haar moeder en reizen mijn vrouw en ik nog een tijdje samen verder. Aangezien we niet lang daarvoor elkaar het ja-woord gaven, was vorig jaar dat laatste gedeelte van dit doorwrochte reisschema tevens onze huwelijksreis. Dat gedeelte verliep ietwat anders dan gepland, vandaar dat we het nu helemaal over gaan doen.

‘Doe niet zo paranoia pap,’ zegt A, niet voor de eerste keer deze vakantie.
‘Je bedoelt ‘paranoïde’ schat, ‘paranoia’ is het zelfstandig naamwoord,’ leg ik ook niet voor het eerst uit.
A zucht verveeld. We hebben het gezellig samen, zoals vanouds. Al doe ik inderdaad wel voorzichtig met voedsel, maar zij weet waarom.
Vorig jaar at ik rond deze tijd ‘het broodje’. Het was op het gedeelte van de reis dat we met z’n drieën waren, en die dag hadden we alles hetzelfde gegeten behalve onze lunch. Ik had een broodje gehakt dat prima smaakte, maar waarschijnlijk net iets te lang in de zonovergoten vitrine had gelegen.

Mijn telefoon gaat. Het is Jacques. Over deze ‘verfranste vriend’ heb ik hier vaker geschreven, dus u - trouwe lezer - weet hoe zeer ik op hem gesteld ben. Toch mogen zijn mindere kanten niet verzwegen worden. De stelligheid van zijn goedbedoelde adviezen, de onverantwoordelijkheid van zijn optimisme, zijn neiging tot pleasen. Maar ja, zoals zijn medische achtergrond reden genoeg leek om op de vorige vakantie bij hem te informeren, zo is het feit dat hij enigszins in de regio woont dat nu. Hij moet de ernst van de zaak toch kunnen duiden.
‘Niet bellen aan tafel,’ zegt A.
‘Het eten is er toch nog niet?’ mompel ik.
‘Hé Kasper,’ roept Jacques enthousiast. ‘Ben je al verenigd met je wederhelft?’
‘Nee, die komt morgen. Dan zijn we nog drie dagen hier en dan pakken we de trein naar Parijs. De jonge reiziger leveren we af op Gare du Nord en wij vervolgen onze tocht in zuidelijke richting…’
‘Kas, ik kan jullie reisschema inmiddels dromen hoor. Maar waar wilde jij mijn wijze raad nou over weten?’

Natúúrlijk was het broodje de grote boosdoener, daar kan geen misverstand over bestaan. Maar toen we het hotel bereikt hadden voor het huwelijksgedeelte van de reis, was de inwendige boel inmiddels enigszins gestabiliseerd. Steeds langere periodes waren er tussen mijn wc-bezoeken gekomen. Na enkele dagen op een dieet van soepstengels en beschuit te hebben geleefd, kon ik voorzichtig weer aan ‘echt eten’ denken. En dat mocht ook wel op deze plek, waar ik enkele zomers daarvoor op mijn knieën voor haar was gegaan en die bekend staat om haar culinaire cultuur. We hadden van tevoren dan ook uitgebreid research gedaan om op een aantal bijzondere plekken voor elkaar reserveringen te maken, dat hadden we dus allemaal nog op het programma staan, maar op deze eerste dag zouden we voorzichtig beginnen.
‘Waar moet ik nou op letten?’ vroeg ik aan Jacques. ‘Wat moet ik met andere woorden vooral niet in mijn mond stoppen?’
‘Gewoon naar je lichaam luisteren,’ was zijn doktersadvies. ‘Je lichaam weet het beste wat je wel en wat je niet moet doen.’
Die avond passeerden N en ik in een afgelegen steeg een haast verborgen bistrootje. Er was geen kaart, maar wel stonden wat zaken op een krijtbord genoteerd. De garçon van dienst bleek tevens kok en eigenaar. Dit was zijn zaak, wij waren zijn enige klanten, hij zou ons wel even verwennen. Er kwamen kazen op tafel die er gauw weer vanaf wilden wandelen, worsten vol kruiden, oesters en slakken.
‘Doe je voorzichtig? Je bent nog herstellende,’ sprak mijn echtgenote tussen twee happen door.
‘Ik luister naar mijn lichaam en mijn lichaam zegt dat ik dit allemaal wil,’ verkondigde ik strijdvaardig.
Het eerste wat we de volgende dag deden was alle reserveringen afzeggen. De rest van de honeymoon zagen we weinig anders dan onze hotelkamer, en niet om romantische redenen.

‘We gaan het dit jaar helemaal overdoen,’ leg ik aan Jacques uit, de verveelde blikken van de dochter tegenover mij negerend.
‘We hebben zelfs precies dezelfde restaurants gereserveerd, is al die research indertijd niet voor niets gedaan.’
‘Ach, wat heerlijk,’ zegt Jacques. ‘Dat is jullie meer dan gegund. En die etablissementen ook natuurlijk, dat ze het geld wat ze toen verloren zijn zo alsnog terugverdienen.’
‘Maar je denkt dus dat we daar écht veilig zijn, Jacques? We moeten het niet wat meer in de gaten gaan houden?’
‘Ach welnee. Jullie gaan daar echt niks van merken hoor, hoogstens een rookpluimpje in de verte als de wind even ongunstig staat. Grote kans dat alles al lang en breed geblust is wanneer jullie daar arriveren. Zoiets wordt toch al gauw een beetje opgeblazen in de media, komkommernieuws zullen we maar zeggen.’
Een geblakerd stuk runderlijk wordt voor mij neergezet, dus ik dank Jacques voor zijn deskundige geruststelling en verbreek de verbinding. Ik ben helemaal klaar voor de rest van mijn vakantie.