Ik heb een billenavond. Mijn vrouw is al naar bed en eigenlijk zou ik daar ook moeten liggen, want de wekker gaat gemeen vroeg klinken. Maar zoals ik wegdommel wanneer ik het laat mag maken, zo maakt een onbestemde helderheid zich van mij meester als elk slaapminuutje telt. Het universum houdt van uitdagingen, zullen we maar zeggen. Dus zet ik nog een kop kruidenthee (volgens sommigen is kruidenthee geen thee, net zoals Engelse drop geen drop, of witte chocolade geen chocolade zou zijn, maar een suggestie hoe we die zaken dán moeten noemen hoor je die types ook weer nooit aandragen) en kijk ik naar de plaatjes die ik op tafel heb gelegd.
Onze vrije dagen vullen we steeds vaker met struinen door de stad, mijn vrouw en ik (en héél soms onze puber als die in een zeldzaam goede stemming blijkt te verkeren). We doen lunchrooms en kringloopwinkels aan en een platenzaak ligt ook altijd wel op de route. Daar heb ik vandaag de nieuwe Bill Callahan gekocht, die stond al een tijd op mijn lijst. Zijn platen koop ik altijd blind (of doof, zo u wilt), ook toen hij zich nog hulde in de naam Smog. Alhoewel, helemaal doof kopen is er in het streamingtijdperk natuurlijk niet meer zo snel bij. Deze plaat kon ik al bijna dromen, maar nu heb ik ‘m dan ‘echt’.
Het album heet My Days Of 58 en al heeft deze bijna-zestiger nooit bepaald jeugdig geklonken, verrast hij nu met boomerachtige bespiegelingen als:
Autotune I don’t wanna hear it!
That’s just prepping us being satisfied by sung to by something without a spirit
Until the human voice sounds so flawed and raw that we just quit it
Dat hij zo’n onmogelijk metrum zo muzikaal laat klinken mag geen verbazing wekken, dat is nu eenmaal Bills stiel. Wel is de onderwerpkeuze opvallend, normaal spelen moderne fratsen geen rol in zijn tijdloze teksten en is de moraal subtieler aanwezig. Misschien omdat niet zo goed weet wat ik ervan moet denken en wel houd van dat niet-weten, selecteerde ik dit nummer voor De Keuze van Kas.
Er staan echter veel betere nummers op deze plaat. Zoals ‘Empathy’, over het vaderschap, zowel dat van zijn vader als van hemzelf.
De hele tekst is om te janken zo mooi en door de tranen heen valt er toch ook altijd wat te grinniken. Met de teksten in de uitklaphoes op schoot, kom ik erachter dat ik - ondanks Bills heldere dictie - het een en ander eerder verkeerd verstaan had. Zo dacht ik dat hij over zijn pa zong:
Every day I’ve got to lift a glass to your honesty
Every night I’ve got to lift a glass to your honesty
Dat vond ik zó goed gevonden: slechts één woordje anders, maar toch het verschil tussen een welgemeende toast en een ondraaglijk drankprobleem. Hij blijkt echter gewoon twee keer ‘night’ te zingen. Ik neem nog een slok van mijn kruidenthee.
Ik zou nu echt naar bed moeten gaan, maar als My Days Of 58 afgelopen is, pak ik een volgende plaat van tafel. Het is de bij een kringloop gescoorde klassieker Still Bill van Bill Withers. De hoes valt bijna uit elkaar, maar de muziek blijkt kraakhelder te klinken. Op die hoes staan vier foto’s van Bill. Bill die diepzinnig de camera inkijkt, Bill die nonchalant op een trapje zit, Bill die vrolijk lachend voor een boom poseert en een Bill die zich midden op straat afvraagt of hij het gas wel heeft uitgezet. Een doordachte collage valt er moeilijk in te zien, het lijkt eerder alsof de fotograaf geen keuze kon maken. Misschien was er wel een deadline, of misschien had die er juist moeten zijn. ‘Ik ben nog steeds Bill hoor,’ lijkt de titel te willen zeggen, alsof daar een misverstand over zou kunnen bestaan.
Omdat ik veel van mijn vrije tijd besteed aan het kopen van platen, houd ik weinig tijd over ze te beluisteren. Zo praat ik deze ingelaste luistersessie voor mezelf goed. Ooit was het wel anders, toen had ik een half plankje cd’s en deed ik weinig anders dan die draaien. Als er vrienden op bezoek kwamen moesten ze ook verplicht luisteren. Uiteraard mocht er dan voor drie kwartier, of hoe lang zo’n schijfje ook duurde, geen woord gesproken worden. Mijn vrienden deden daar niet moeilijk over, daar waren het mijn vrienden voor. Soms hield ik een vinger in de lucht, om aan te geven dat er een ‘extra mooi stukje’ zou komen. Die vinger was moeilijk te zien als het helemaal donker was, maar zo luisterde ik het allerliefst muziek: met de gordijnen dicht en de lichten uit. En zo zaten Jacques en ik dan ook eens op mijn logeerbed, opperst geconcentreerd The Ideal Crash van dEUS tot ons te nemen. Halverwege ‘Magdalena’ kwam mijn vader naar boven gestormd, vanwege een enorme knal die het hele huis had doen trillen. Het logeerbed had ons niet gehouden. Mijn vader heeft nooit willen vragen naar waar wij mee bezig waren, hij kende muziek enkel als iets voor op de achtergrond.
Nou ja, wat we toen natuurlijk ook nog deden was roken. Door die lichtpuntjes in de duisternis viel dan wellicht toch de vinger te zien die dat ‘extra mooie stukje’ aankondigde. Jacques ben ik altijd blijven zien. Heel soms draaien wij een plaat, maar meestal zitten we in een kroeg oude koeien uit de sloot te halen. Zo vroeg hij pas of ik nog wist hoe mijn ouders reageerden, toen ze erachter kwamen dat ik rookte.
‘Je had gerekend op een goed gesprek, maar in plaats daarvan installeerden ze een rookmelder. Daar was je best beledigd over, dat ze hun huis blijkbaar belangrijker vonden dan jouw gezondheid. Maar toegegeven, jullie woonden dan ook wel in een zeer brandbaar monument.’
Ik ontwaak uit herinneringen aan herinneringen door het tikken van de naald in de uitloopgroef. Bij de kringloopwinkel heb ik ook Bee Gees' 1st aangeschaft. Wikipedia weet mij te vertellen dat dat het derde album van de Bee Gees is. Zo kan het natuurlijk ook, doodleuk opnieuw beginnen en denken dat niemand dat door zal hebben. Ik overweeg nieuwe thee te zetten, maar ga dan toch maar mijn tanden poetsen. Een Bill Gibb was er bij mijn weten immers niet, en voor één avond blijken twee Billen exact wat een mens nodig kan hebben.