‘Hoe vind je hem liggen?’
Op de matras naast mij ligt mijn vrouw. Dat is op zich best vertrouwd, de tientallen stemmen die we om ons heen horen wat minder. We liggen dan ook in een winkel, een winkel die zich bevindt in een woonboulevard.
‘Hij ligt heerlijk,’ zeg ik.
‘Ja,’ zegt N, ‘dat zei je ook over de vorige.’
‘Die lag dan ook heerlijk.’
‘Heerlijker dan deze? Of minder heerlijk?’
‘Ánders heerlijk.’
Er wordt wel aangeraden om echt goed uitgerust te zijn als je matrassen gaat testen, anders is het moeilijk kritisch te blijven. Misschien had ik ook meer koffie moeten drinken, het kopje waarmee Jurriaan mij wakker maakte was klein geweest. En had er überhaupt cafeïne in gezeten? Jurriaan was zelf van de décafé, maar er stond me bij dat hij ook altijd ‘echte’ in huis had. Zodra hij het kopje naast me had neergezet, was hij naar zijn souterrain vertrokken. De vorige nacht had hij al aangekondigd dat hij een belangrijke videomeeting zou hebben, maar ik zo lang als ik wilde hier op deze bank kon blijven liggen. Daar had ik dan ook een tijd gedoezeld, tot N me liet weten dat ze me op kwam halen.
‘We gaan op matrassenjacht,’ appte ze verheugd.
‘En wat zou u aanraden tegen transpireren?’ hoor ik mijn vrouw zeggen.
Er blijkt nu een specialist naast ons te staan. Een boomlange kerel gehuld in een helderblauw pak. Met toegeknepen ogen bestudeert hij hoe ik daar lig.
‘Ik ga dan eens even gek doen,’ zegt hij. ‘Maar ik ben dan ook een omdenker, ik kan het niet helpen.’
‘Alle advies is welkom,’ zegt N.
‘Nou, als we for the moment even buiten beschouwing laten waar-ie óp ligt, waar ligt die man eigenlijk ónder?’
‘Dons.’
‘Daar ga je dus al.’
‘Ja?’
‘Visualiseert u nou eens even een eend.’
‘Dat mijn partner een eend is?’
‘Nee, gewoon een eend. Zo’n dier heeft, in tegenstelling tot uw partner als ik zo vrij mag zijn, nauwelijks vlees op de botten. Maar heeft-ie het ooit koud? Nee, dankzij z’n heerlijke verendek. En visualiseert u nou eens een schaap.’
‘Ik begrijp welke kant op wil. Wol dus.’
‘Voilà. Types zoals u leren snel, daar doe ik dit werk nou voor.’
Is die verkoper nou met mijn vrouw aan het flirten? Hij staat ook wel erg dichtbij ons matras, ik kan zijn au-de-cologne ruiken. Ik heb het gevoel dat ik in moet grijpen, maar ik lig hier zo lekker.
Misschien had ik toch een drankje minder moeten doen, maar het was zo gezellig geweest bij Jurriaan. Erwin en Stefan waren er ook even geweest. Wat had Stefan nou ook alweer gezegd? Dat hij iemand kende die mij echt niet mocht. Dat kwam toch ook nooit voor, dat iemand mij niet mocht. Best een verfrissend gevoel. Toen ze weggingen lag ik al op de bank. Mensen vinden het vaak kinderachtig klinken als ik zeg dat ik graag uit logeren ga, zeker als het bij een vriend is die een kwartier fietsen bij mij vandaan woont. Maar ik lig nu eenmaal nergens zo knus als in een woonkamer waar nog een half feestje gaande is. Ooit liepen die avonden regelmatig spontaan zo, tegenwoordig dien ik het secuur in te plannen, met een pyjama en een tandenborstel in mijn aktetas. Hoe dan ook, misschien klinken al die onbekende stemmen om mij heen daarom zo vertrouwd.
‘Kijk hem daar nou eens liggen, zo inspirerend transpirerend,’ zegt de verkoper.
Hij heeft een aantal andere verkopers erbij gehaald, allemaal met een helderblauw pak en ook bijna allemaal even lang. Ze staan gebroederlijk om mijn matras heen. Waar is N gebleven?
‘Je kan hem gewoon overal neerleggen, zulke types zijn gratis reclame en tegelijk onze potentiële ondergang,’ hoor ik een van hen zeggen.
‘Laten we hem kietelen,’ zegt een ander, ‘hij heeft dat verdiend. En wij verdienen ook wel eens een verzetje.’
‘Precies, het kapitalistisch systeem is als een deken, dat moet regelmatig opgeschud worden,’ oreert een derde.
‘Nee nee, ik kan niet tegen kietelen,’ roep ik.
‘Schat, wat bazel je nou weer?’ klinkt N’ stem.
Er is geen verkoper te bekennen.
‘Niks hoor, lief,’ stamel ik beschaamd. ‘Deze ligt weer zo heerlijk, heerlijk ánders heerlijk bedoel ik, bijna zo heerlijk als een, als een… bank.’
Mijn gevoel zegt dat we voorlopig de woonboulevard niet zullen verlaten, dat we feitelijk nog maar net begonnen zijn.