‘Meneer van Royen, meneer van Royen,’ klonk een stem voor de ingang van het aquarium.
We waren in Artis, dat bij uitzondering avondtickets verkocht om de heropening van het verbouwde vissenverblijf te vieren.
Mijn vrouw was hier voor het eerst. Mijn dochter vond dat bizar, maar die vergat dan ook steeds dat niet iedereen in deze stad is opgegroeid en er elders in het land andere dierentuinen zijn.
‘Leid jij ons maar rond,’ had ik gezegd, omdat ik vermoedde dat dit voor heel even een stukje kinderlijk enthousiasme in de norse puber kon doen terugbrengen. Ze kende het hier natuurlijk op haar duimpje. Lang voordat N ons ontmoette, hadden A en ik een lidmaatschap en kwamen we hier zeker om de week. Er bleek echter veel veranderd sinds die tijd.
‘Waar zijn de zeeleeuwen?’ vroeg A aan een medewerker. Het bassin had plaatsgemaakt voor een kuil waarin een drietal beren schuldbewust voor zich uit zat te staren, alsof zij ook wel doorhadden dat men op wat anders gerekend had.
‘Die zijn in Singapore,’ sprak de medewerker vrolijk. ‘Daar hebben ze meer ruimte.’
‘Ach, wat jammer hè, ze waren zo leuk, maar wel heel goed dat het dierenwelzijn voorop staat,’ mompelde ik, zoals gewoonlijk enkel mezelf troostend. A was volstrekt ongevoelig voor nostalgie; het kon haar niet schelen welke diersoorten intern dan wel extern verhuisd waren, zolang ze maar de weg kon blijven wijzen.
We kwamen bij het aquarium, de aanleiding voor ons bezoek. Hier was het dan ook behoorlijk druk, ik kon niet zien waar de stem vandaan kwam. N draaide me haar kant op. Het was een Artis-medewerker die bij de ingang van het gebouw stond om informatie te verstrekken. Twee jaar geleden had ik haar een havo-diploma overhandigd.
‘Meneer van Royen,’ riep ze door de mensenmassa, ‘ik wilde u nog vertellen dat ik mijn propedeuse toegepaste psychologie heb behaald en nu met een dubbele bachelor wijsbegeerte ga beginnen. En dat komt door úw lessen.’
‘Wat fantastisch Tara!’ stamelde ik. Ik had mij op vissen ingesteld, niet op CV’s.
‘En wat ontzettend leuk dat jij hier werkt,’ voegde ik er na een kleine stilte aan toe, alsof dát uiteindelijk toch het bijzonderst was.
Ik voelde me duidelijk overdonderd en toch was ik niet verbaasd. Tara stelde altijd goede vragen, vragen waar ik niet eerder over had nagedacht.
‘Ze noemde je meneer van Royen,’ grinnikte A, terwijl we naar binnen liepen.
Voor de zoveelste keer legde ik aan haar uit dat niet iedereen op een school zit waar de docenten bij hun voornaam worden aangesproken. Toch meende ik achter de spot trots in haar stem te bespeuren.
Mijn vrouw vond Artis een prachtige dierentuin en zeeleeuwen waren volgens haar toch overschat. Het aquarium was adembenemend. Maar zoals gewoonlijk bleek de mens toch wel weer het allerleukste dier.