KvKas: Apr 25

Een nieuwe maand, een nieuwe Keuze van Kas: oftewel, een selectie van twaalf nummers om uw ziel aan te warmen. Beluister ‘m hier (en vind de vorige keuzes hier en hier), of sprokkel ‘m bij elkander op basis van onderstaande liner notes.

01. Mark Lanegan - Man In The Long Black Coat (2007)
Dankzij A Complete Unknown verkeer ik de laatste tijd weer behoorlijk in Dylan-sferen, en wat een fijne sferen zijn dat toch ook. En dat terwijl ik een beetje huiverig was voor deze film. Biopics hebben namelijk nog wel eens de neiging de boel te psychologiseren en daarmee te demystificeren. Gelukkig bleef Dylan, ook in de uitvoering van die onweerstaanbare Timothée, de Grote Onbekende. De mooiste ode aan Dylans ongrijpbaarheid was echter achttien jaar geleden al gemaakt. In Todd Haynes’ I’m Not There speelden onder meer Heath Ledger, Richard Gere en Cate Blanchett verschillende Dylans. Geweldige soundtrack ook, met Dylan-covers door net zo’n breed pallet aan artiesten. Waaronder dit huiveringwekkende lied, oorspronkelijk uit 1989, uitgevoerd door het narcotiserende schuurpapier van Mark Lanegan, God hebbe zijn ziel (en anders de duivel wel). Hoe mooi ik het origineel ook vind, zoals het een waarlijk geniale interpretatie betaamt klinkt dit alsof Bobby het speciaal voor Markie schreef.

02. Joan Baez - Silver Dagger (1960)
Mijn Dylan-liefde begon bij de platen uit mijn moeders collectie (in mijn puberteit luisterde ik weinig anders, en ik maakte mijn profielwerkstuk over hem), dus het voelde logisch haar mee te nemen naar A Complete Unknown. Na afloop hadden we het niet zozeer over Dylan maar vooral over Baez, een paar dagen eerder had m’n moeder ook een documentaire over haar op tv gezien. Ze was wat beschaamd dat ze net als velen Baez lange tijd als een soort verlengstuk van Dylan had beschouwd, een beeld dat in de loop der decennia gelukkig steeds meer is bijgesteld. Om Joans eigenheid te eren, kies ik een nummer van vóór Bobby in haar leven kwam (Greenwich Village was nog ver weg voor de bewierookte bard, hij zat nog bij het ‘circus’, oftewel in de collegebanken). De wortels van deze verbitterde waarschuwing gaan terug tot begin negentiende eeuw, zo weet wikipedia mij te vertellen.

03. Robert Lester Folsom - April Suzanne (1978)
Mijn algoritme serveert me graag artiesten voor die in hun eigen tijd volstrekt onsuccesvol waren en het daarom vaak ook maar bij één plaat lieten, maar die decennia later alsnog enige erkenning kregen. Deze Robert Lester Folsom is er zo eentje. Toen ik dit liedje voor het eerst voorbij hoorde komen dacht ik dat het uit pakweg 1968 kwam, maar het blijkt tien jaar jonger te zijn. Wellicht dat dit staaltje bedwelmende hartenzeer dan ook net te weinig bij de tijdgeest van postpunk en disco aansloot.

04. The Chills - If This World Was Made For Me (2024)
Vorig jaar overleed Martin Phillipps, de zanger en songschrijver van de Nieuw-Zeelandse indieband The Chills, die vanaf begin jaren ‘80 tot een paar jaar geleden wonderlijke maar aanstekelijke liedjes uitbrachten. Pink Frost bijvoorbeeld, over iemand die er achterkomt dat hij in z’n slaap z’n geliefde heeft vermoord. Dat liedje klinkt eerder licht dan zwaar en dat maakt het des te beklemmender. Chills-liedjes zitten vol van dat soort contrasten. Phillipps had een zwakke gezondheid en wist waarschijnlijk dat zijn einde naderde, daarom besloot hij nummers uit hun begintijd die het nooit verder dan demo’s schopten alsnog volwaardig op te nemen. Spring Board: The Early Unrecorded Songs verzamelt deze, en in een rechtvaardig universum had dit nét-postuum uitgebrachte kliekjesproject zomaar iemands greatest hits kunnen zijn.

05. Dana Gavanski - Business Of The Attitude (2025)
Afgelopen maand zag ik in de Ekko te Utrecht een band die al heel lang eens live wilde zien, het Britse Tunng, waarover zo meer. Naar het voorprogramma zag ik minstens zoveel uit, de Servisch-Canadese Dana Gavanski. Ik omschreef haar ooit als de missing link tussen Cate Le Bon en Aldous Harding, twee hoogst eigenzinnige artiesten, en aangezien die totaal niet als elkaar klinken geeft dat wel aan dat Gavanski minstens zo eigenzinnig is. Mike Lindsay van Tunng is mede-producer van al haar platen, dus niet zo verwonderlijk dat zij met hun meetourt. Wel verraste het dat zij geen enkel nummer speelde van haar nog geen jaar oude laatste album, het dwarsig funky Late Slap, in plaats daarvan koos ze voor materiaal van haar toen nog-net-niet verschenen EP Again Again. Misschien dat deze pianogedreven nummers - die tegelijk kleiner én grootser klinken dan alles wat ze tot dusverre uitbracht - ook beter in haar uppie uit te voeren waren. Bezig baasje dus al met al. Na afloop verkocht ze niet alleen platen, maar ook zelfgemaakte sieraden.

06. The Beta Band - Wonderful (2004)
Leuk nieuws om te horen dat deze Schotten weer bij elkaar zijn. Tenminste, ze doen een aantal optredens (niet in de lage landen), hopelijk zal er ook nieuwe muziek volgen. Want ook al maakten de verschillende bandleden sindsdien een hoop moois, smaakte hun oorspronkelijke oeuvre met slechts drie EP’s en twee langspelers altijd naar meer. Ondanks een namecheck in de ultieme muzieknerdfilm High Fidelity (naar het geweldige Nick Hornby-boek) bleef dit toch altijd een band voor… muzieknerds. En dat terwijl zij in een alternatieve tijdlijn gezien hadden kunnen worden als de wáre opvolgers van de Fab Four, in plaats van het bandje dat zichzelf zo graag ziet en ook weer schijnt te gaan optreden.

07. The Weather Station - Window (2025)
Dat hun eervorige album Ignorance heet mag vrij toepasselijk heten, want dat de nummers van deze band vaak over loodzware onderwerpen als de klimaatcrisis gaan wil ik maar al te graag even vergeten. Daarvoor klinken hun klanken te verleidelijk en verliefdmakend. Hun nieuwe album is voor mij ook weer de ideale soundtrack voor de ontluikende lente, al moet ik bekennen dat ik het er meteen ook wel erg warm van krijg.

08. The Clientele - Falling Asleep (2017)
Deze titel zou de associatie van saaiheid kunnen oproepen. En dat terwijl in dat gebied tussen waken en slapen grootste schoonheid gloort. Bovendien hebben we hierna nog vier nummers te gaan, dus hou die oogjes nog een heel klein beetje open.

09. Tunng - Snails (2025)
En nu dan een song van het ‘hoofdprogramma’ (zie track 5), folktronicapioniers Tunng. Zij vieren met deze tour de twintigjarige verjaardag van hun debuut Mother's Daughter and Other Songs, maar speelden ook nummers van hun nieuwe plaat. Die is aanzienlijk lieflijker en minder bevreemdend dan dat vroegste werk, maar door de hypnotiserend pastorale melodieën toch zo typisch Tunng.

10. The Waeve - Eternal (2025)
De ene dag in een uitverkocht Ziggo Dome staan en de dag erop in een halflege Bitterzoet, het is je leven als je Graham Coxon heet. Twee jaar geleden was dat. Bij het ene optreden was ik niet, bij dat andere wel, en wat was dat goed. De immer druilerig ogende Blur-gitarist, zal tegenwoordig dan ook zoveel meer van zijn creativiteit kwijt kunnen in The Waeve, de band die hij vormt met zijn geliefde Rose Elinor Dougall (zangeres en toetsenist van o.a. The Pipettes). Naast zijn kenmerkende gitaarspel, beroert Coxon onder meer saxofoon en luit. En zijn bibberige gepruil vormt een hartverwarmend contrast met haar kristalheldere vocalen. Het zou niet moeten werken, maar toch doet het dat zo goed, steeds weer andere stijlen verkennend en die toch steeds weer haast vanzelfsprekend als The Waeve laten klinken. En waar er gemiddeld zo’n tien jaar zit tussen de platen van die andere band, trakteerde The Waeve ons in de afgelopen twee jaar op twee albums en een EP (waar dit nummer van komt), en dan kregen ze ook nog eens een kind.

11. Labi Siffre - Blue Lady (1972)
Deze bijzonder veelzijdige dichter, gitarist, toneelschrijver en activist heeft in ontzettend veel stijlen muziek gemaakt. Hij schreef onder meer It Must Be Love, dat later vele malen bekender werd in de versie van Madness, en hij werd veelvuldig gesampeld in hiphopnummers. Op dit nummer klinkt hij ergens wel als het soulvolle broertje van Nick Drake.

12. Dave van Ronk - Tell Old Bill (1961)
Het mooie aan A Complete Unknown is dat je de protagonist nauwelijks leert kennen, maar alle belangrijke figuren om hem heen uit die tijd - als manen die om een planeet cirkelen - des te meer. Baez natuurlijk, manager Albert Grossman, folk-heilige Woody Guthrie, en het meest innemend: Pete Seeger (een weergaloze Edward Norton die speciaal voor de film banjo leerde spelen). Opvallende afwezige (op twee korte scènes na) is de artiest die Dylan zelf vaak noemde als belangrijke mentor waar hij maar al te graag van plunderde: Dave van Ronk. Op diens leven is een andere film (lichtelijk) geïnspireerd: Inside Llewyn Davis van de Coen Brothers. Fantastische film, en een fantastische artiest, met een strot die vaak meer naar blues dan naar folk neigt. Zijn Tell Old Bill is de interpretatie van een traditional over het helaas tijdloze onderwerp van de foute man (eigenlijk dus waar de moeder uit het Joan-nummer zich tegen bewapent, om de boel zo weer een beetje rond te breien).

Dat was ‘m dan weer, tot in mei!