Echt Gebeurd: Verhuizen

Op 20 november 2016, pakweg een jaar geleden dus, deed ik voor het eerst mee aan Echt Gebeurd. In dit afwisselend door Paulien Cornelisse en Micha Wertheim gepresenteerde maandelijkse programma in comedycafé Toomler, vertellen mensen uit hun hoofd over wat ze ooit hebben meegemaakt. Grappig hoeft dat niet te zijn, kwetsbaarheid en leerzaamheid zijn van wezenlijker belang. Elke keer is er een ander thema, ditmaal was dat 'Verhuizen'. (Onlangs deed ik voor een tweede keer mee, toen ging het over 'Terug naar school'.) In de podcast van Echt Gebeurd zijn de beste bijdrages terug te horen, je daarop abonneren mag dan ook een ware verrijking van je leven genoemd worden. Een bijzondere eer dus dat mijn Verhuis-verhaal nu aan deze serie is toegevoegd. Zo zie je maar weer, is al die ellende toch nog ergens goed voor.

Voordracht op Twin Peaks-avond

Op 13 juni jongstleden was ik te gast bij Radboud Reflects, op een avond genaamd De filosofie van Twin Peaks. De zaal was prachtig gedecoreerd in de stijl van de befaamde Red Room. Voor mij spraken filmwetenschapper Constant Hoogenbosch en filosofe Joyce Gusman-Vermeer. Na mijn met beeldfragmenten gelardeerde associatieve column, gingen wij gedrieën onder het genot van inktzwarte koffie en verdomd lekkere kersentaart keuvelen onder leiding van gespreksleider Lisa Doeland en met het publiek. Het was me al met al het avondje wel.

Bekijk hier een fotoverslag en lees hier een geschreven verslag van dit gedenkwaardige programma. Onder dat laatste is ook een audio-opname van het gehele gebeuren te vinden (spoilervrij wat betreft het nieuwe seizoen, wat het eerdere werk betreft niet bepaald), ik ben te horen vanaf 56:45.

Echter, iets willen opnemen op een plek die er als de Red Room uit moet zien is natuurlijk vragen om problemen. Zodoende blijken al onze stemmen flink vertraagd te zijn. Voor wie dat toch net wat te griezelig vindt, daarom hieronder dan ook maar mijn tekst als tekst.


Twin Peaks en de plastic man: 
Een verlangen naar mysterie in een tijd van doorzichtige dromen
(Een overpeinzing in drie delen)

I.

Ik moet de plastic man voor het eerst ontmoet hebben toen ik een jaar of zeven was. Hij zat op de schutting die - zoals schuttingen nu eenmaal doen - onze tuin van die van de buren scheidde. Ik heb hem nooit ergens anders gezien dan op die schutting. En toch schrok ik me elke keer een hoedje als hij daar bleek te zijn. Waarschijnlijk ook geen al te vreemde reactie wanneer je oog in oog staat met iemand die geheel opgebouwd is uit felgekleurde duploblokken. Zo gauw hij tegen me begon te praten wist ik echter iedere keer opnieuw dat ik met een vriendelijke verschijning te maken had. 
‘Kasper, ik ben het maar,’ zei hij dan, ‘en ik zit hier waar de ene plek ophoudt en de andere begint, ergens anders kan ik niet zijn. Heb je een appel voor me meegenomen?’
En elke keer moest ik tot m’n spijt constateren dat ik geen appel bij me had. Maar ik kon natuurlijk naar binnen gaan om op de fruitschaal te kijken, daar wilden ze nog wel eens liggen. 
‘Kijk uit voor de Engerds,’ riep hij me dan achterna, ‘ze kunnen zich overal verstoppen.’

Ik wist dat ik moest weten wie de Engerds waren, ik kon hun aanwezigheid voelen als ik naar de fruitschaal liep. Met een goudrenet in m’n hand wilde ik zo snel mogelijk weer naar buiten gaan. Maar ik haalde de keukendeur nooit. De klok boven het fornuis begon steeds trager te tikken, in tergend slow-motion probeerde ik me te verplaatsen, maar de ruimte leek van stroop geworden en ik voelde dat de appel als een moes over m’n hand droop. Door het raam zag ik het silhouet van de plastic man druk gebaren, hij leek me te willen waarschuwen voor iets. Ik probeerde m’n hoofd om te draaien, maar vlak voor ik kon zien wat er achter me aan kwam werd ik wakker.

Deze droom had ik met enige regelmaat, nooit precies hetzelfde, maar altijd variaties hierop. 
Een keer kwam een van de platen van het gasfornuis omhoog. Het bleek de hoed te zijn van een vrouw met een stenen gezicht. Ik werd traag haar kant opgezogen, alles waar ik me aan vast wilde houden glipte tussen m’n handen vandaan. Ik veranderde in een sliert en gleed langs het hoofd de duisternis in.

Wanneer ik tussen m’n ouders in kwam liggen vroegen ze soms wat ik gedroomd had.
Ik zei dan: ‘Het is te erg om te vertellen.’ Ik was ervan overtuigd dat vertellen wat ik gezien had, het allemaal echter zou maken.

En de dromen waren al zo levensecht. Als ik nu aan ze terugdenk, is het beeld zoveel scherper dan de meeste van mijn herinneringen aan het wakende leven. Het verleden vergeelt, maar van die droomwereld kan ik het gevoel niet onderdrukken dat ze nog steeds ergens op me ligt te wachten. ‘Ik zie je weer over 25 jaar’, had de plastic man kunnen zeggen. Wie weet is een deel van mij daar wel altijd achter gebleven.

Fragment 1: 'in 25 years'
 

II.

A secret is only a secret as long as you keep it. Once you tell someone, it loses all of its power, for good or ill. Like that, it’s just another piece of information. But a real mystery can’t be solved, not completely. It’s always just out of reach, like a light around the corner. You might catch a glimpse of what it reveals, but you can’t know the heart of it, not really. That’s what gives it value. It can’t be cracked. It’s bigger than you and me, bigger than everything we know.

- The Archivist

Dit citaat komt uit The Secret History of Twin Peaks, een boek dat vorig jaar uitkwam en bedoeld lijkt als een link tussen de oude en de nieuwe serie, maar tevens behoorlijk op zichzelf staat. Het werk heeft de vorm van een dossier, samengesteld door een persoon die zich The Archivist noemt en wiens identiteit beetje bij beetje onthuld wordt. Zijn aantekeningen worden afgewisseld met handgeschreven dagboekfragmenten, uitgetypte telefoongesprekken, FBI-documenten en publicaties uit vergeelde streekkranten. Belangrijke figuren uit ruim tweehonderd jaar Amerikaanse geschiedenis aan complotten, doofpotaffaires en geheime genootschappen spelen een sleutelrol, en hun link met het ons zo vertrouwde stadje en z’n markante inwoners blijkt meestal pas na tientallen bladzijdes. 

De schrijver van het boek is Mark Frost, wiens naam we kennen als mede-bedenker van Twin Peaks, maar die altijd gedoemd zal zijn om in de schaduw van David Lynch te staan. Dit citaat interpreteer ik als een subtiele ode van Frost áán Lynch, een onderkenning van waar hij zelf als maker tekort schiet. Want wat zijn boek biedt zijn overduidelijk secrets, een duizelingwekkende en adembenemende stortvloed aan secrets, maar niets wat niet in theorie zou kunnen worden verklaard. Het heet niet voor niets 'The Secret History of Twin Peaks' en niet 'The Mysterious History of Twin Peaks'. 

Waar Frost de man is van de geheimen, is Lynch die van de mysteriën, van die zaken die gedoemd zijn onbereikbaar te blijven omdat de geest er onmogelijk volledig grip op kan krijgen. Die daar hun glans aan ontlenen en zijn werk zo iconisch koortsdromerig maken. Waar Frost analytisch te werk gaat, er duidelijk plezier in heeft alles met elkaar in verband te brengen, staat Lynch juist bekend om z’n volstrekt intuïtieve aanpak. Zo zou hij het op het idee van de dwerg in de rode kamer gekomen zijn toen hij zijn handen op het dak van een hete auto hield. Dat spreekt uiteraard geheel voor zich. 

Het geheim van Twin Peaks' succes moet wel de combinatie van deze twee krachten zijn. Zonder Lynch’ mysterie had het nooit zo’n mythische status kunnen bereiken, dat lijkt voor zich te spreken. Maar onderschat ook het aspect van Frost’s geheimen niet, want de suggestie tot een mogelijke verklaring is juist wat de spanning vast houdt. Anders zou wellicht een gevoel van willekeur kunnen ontstaan. Je ziet het aan Fire Walk With Me, de Twin Peaks-film die Lynch maakte zonder medewerking van Frost. Er zitten enkele scènes in de film die werkelijk uit de lucht lijken komen te vallen, zoals ene Agent Jeffries - gespeeld door David Bowie - die uit een lift in het FBI-bureau komt lopen, enkele nauwelijks verstaanbare dingen over ene Judy roept en dan in het niets verdwijnt. 

Drie jaar geleden, mogelijk omdat hij toen al bezig was aan een nieuwe serie, bracht Lynch opeens een negentig minuten durende collage uit van scènes die hij uit Fire walk with me knipte. Agent Jeffries heeft dan opeens een langere scène, zijn verhaal blijft nog steeds behoorlijk vaag maar houdt duidelijker verband met de rest van het verhaal. Zou Lynch bewust hebben zitten knippen uit angst dat zijn mysteriën anders teveel op geheimen zouden lijken? In dat geval is hij wat mij betreft te overdreven te werk gegaan. Met een deel van de weggeknipte scènes was Fire Walk With Me een sterkere film geweest. Net zoals The Secret History of Twin Peaks mooier was geweest met enkele stukken die ‘out of reach, like a light around a corner’ zijn. Frost en Lynch, Twin Peaks heeft hen beide nodig.

Fragment 2: Agent Jeffries

 

III.

Natuurlijk droom ik nog, maar die dromen zijn o zo nep en doorzichtig. Naakt in de supermarkt staan, m’n eindexamen over moeten doen,  het bekende werk. Mijn onderbewuste lijkt geen enkele moeite meer te willen doen om nog met iets bijzonders op de proppen te komen. Er lijkt ook gewoon veel minder budget te zijn, bij het minste of geringste storten de decorstukken als een kaartenhuis ineen, het beeld is doorgaans met clichématige filtertjes tot stand gebracht en over sound design lijkt ook niet bepaald nagedacht. Van alle karakters is meteen duidelijk op wie ze gebaseerd zijn, soms spelen ze domweg zichzelf. 

Elke keer dat ik wakker word en meteen na kan gaan waar wat vandaan kom - dit is vanwege die stressfactor, dat vanwege die onzekerheid, blijkbaar koester ik een verlangen naar die en een haat naar die  - voel ik me flink bekocht. Het zijn rebusjes van het goedkoopste soort, er is niets magisch aan. Met enige goede wil zijn het nog secrets te noemen, maar het mysterie is echt ver te zoeken.

Hoe ontregelend en vaak ook angstaanjagend m’n kinderdromen waren, ik verlang naar die wereld terug. Ik verlang naar het niet-begrijpen, het niet kunnen begrijpen en niet hoeven begrijpen, omdat de logica vloeibaar is. Omdat de realiteit van het onmogelijke dat wat mogelijk is op zoveel manier definieert en inspireert. Maar zolang m’n dromen saai en voorspelbaar zijn, ben ik blij dat er kunstenaars zijn die nog wel toegang tot die wereld van bedwelmende nachtmerries hebben. Kunstenaars zoals Lynch, die met verhalenvertellers zoals Frost, geheim en mysterie samenbrengen en ons meenemen naar waar de ene plek ophoudt en de andere begint, always just out of reach, like a light around the corner. Je kan er maar beter voor zorgen dat je altijd een appel op zak hebt.

Fragment 3: Sycamore Trees

Zadelpijn

Op 4 oktober 2014 organiseerden Het Parool, het Torpedo Theater en De Rode Hoed voor het derde achtereenvolgende jaar het 2 Minuten Festival, waarop ruim vijftig schrijvers verhalen van maximaal honderdtwintig seconden met het publiek deelden. Ik droeg het Zeer Korte Verhaal voor dat werd opgenomen in de bundel Kort & Goed: De 22 mooiste inzendingen voor de A.L. Snijdersprijs 2014. Deze voordracht werd gefilmd door Floris Schäfer.